Je geeft me te weinig houvast, zeg ik. Nu vind ik dat doorgaans niet zo erg, maar wel wanneer dichters dat doen. Ze zegt: soms moet je iets aan jezelf veranderen om je weer lekker in je vel te voelen. Ik zet een muts op mijn hoofd. Ik koop een pakje sigaretten en rook de ene na de andere uit het dakraam, terwijl ik gedichten schrijf die ik zelf niet begrijp. Dat alles doe ik opgerold in een witte schapenvacht. Mijn handen ruiken naar verbrande pizza. Pizza van de pizzeria, dat wel. Ze zegt: sexy hoor, die rode lippen, maar je laat iets vallen. Ze bukt, stoot haar hoofd tegen de tafel, laat zich dan maar helemaal van haar stoel vallen. Het is verfrissend is de dingen eens van een andere kant te bekijken, beweert ze. Ik zeg: je vergeet dat je daarom al in het buitenland zit en zet mijn voet op haar buik. Ze loopt rood aan, maar geeft geen kik. Sexy hoor, die rode wangen. Ik ga naast haar op de grond liggen. We lachen samen.