de waterval

          Wat liet hij achter? Een huis dat bijna van hem was, maar nog niet helemaal. Een lief dat van hem was, maar ook niet helemaal, en heel was hij ook niet. Niet bepaald. Wel heel lief, of toch soms, dat wel. Maar ook wel een beetje gebroken. Hij kon er niets aan doen, hij hield nu eenmaal van gebroken dingen. Kopjes waar een oor af was, sokken waar een gat in zat, afgetrapte sneakers, boeken met afgestompte hoeken en met koffie besmeurde pagina's, van de vuilnisbelt geredde meubels. Upcycling with love, noemde hij dat. Soms probeerde hij kapotte dingen te herstellen, andere keren vond hij ze mooi zoals ze waren - of liever: vond hij ze mooi omdát ze kapot waren. Tot welke van die categorieën zijn soms lieve lief behoorde wist hij niet helemaal zeker, maar misschien bleef het daarom wel zo boeiend. Let's just feel what we feel, 'cause sometimes it's the secret that keeps it alive, zong Westlife. En Westlife had altijd gelijk. Of toch tenminste wanneer het over de liefde ging. En dat ging het meestal. 
          Hij liet nog meer achter. Hij liet een job achter, die wel echt van hem was, of misschien bij nader inzien toch ook niet helemaal, in die zin dat hij erover twijfelde of het wel de juiste job voor hem was. En ook op papier was 'ie strikt genomen niet helemaal van hem - misschien maakte dat dit wel zo'n goed moment om te twijfelen. Wat had hij nog meer achtergelaten? Een opgeruimd huis. Een bijzonder lege frigo. Het leek bijna alsof hij zijn vertrek had gepland.
Oké, dat deel was gemakkelijk. Maar hij draaide om de hete brei heen. De vraag die hij echt moest beantwoorden, de vraag die hij tot nu toe uit alle macht had proberen te onderdrukken maar die zich toch steeds naar de oppervlakte wist te wurmen, was niet zozeer wat hij had achtergelaten, maar waarom hij dat alles zomaar ineens had achtergelaten. En die vraag drong zich nu, terwijl hij hier zat onder een boom in de brandende, Zuid-Europese hitte, met het vredige geluid van stromend water op de achtergrond, opnieuw aan hem op. 
          Weet je, hij kon gewoon niets met die vraag. Hij bekeek hem van dichtbij (wat was er in zijn leven gebeurd het afgelopen jaar dat dit zou kunnen verklaren?), dan weer van veraf (waarom lieten mensen doorgaans zomaar een heel leven achter?), keerde hem om (waarom zou hij het allemaal niet achterlaten?), pookte er met zijn vinger in (was de vraag wel reëel?), maar het leidde allemaal nergens toe, behalve tot nog meer vragen die hij niet kon beantwoorden. Dus liet hij de vraag vallen, bedacht zich toen en pakte hem toch weer op, voelde de vraag tegen zich aan branden. 
          Hij had zin om de vraag van zich af te spoelen. En zonder nog verder na te denken stond hij op, trok hij zijn t-shirt over zijn hoofd en gooide het naast hem neer, liet zijn broek zakken en stapte eruit, in de richting van de waterval. Hij voelde het water neerkletteren op zijn hoofd, zijn schouders, zijn onderrug, armen, bovenbenen, billen. Hij was zich bewust van het gewicht van het water, hoe het hem bedolf, hoe het op hem inbeukte, slagen uitdeelde tegen zijn slapen, hoe het getrommel hem overstemde, al het kabaal van binnen, hoe het zijn zwaarte, alle zwaarte die hij had gevoeld toen hij thuis de deur achter zich had dichtgetrokken, en daarvoor, de afgelopen paar maanden, terwijl hij allerlei dingen aan het doen was die moesten maar niet wat hij echt moest doen - voor zichzelf, gewoon omdat het zo was voorbestemd - hoe het gewicht van het water al die zwaarte bagatelliseerde. En toen hij, na wat wel een eeuwigheid leek, weer onder de stroom vandaan stapte, hapte hij naar lucht als een baby die zojuist uit het vruchtwater was bevrijd. Licht. Lucht.
           Misschien deed de oorsprong er helemaal niet zoveel toe, ging het vooral om de richting waarin je het liet lopen.

Plaats een reactie