hij glipt in mijn vel een glow-in-the-dark pak met een rode S op de borst gekerfd ik krimp
tot een stip een oog aan het plafond zie toe hoe hij zijn wonden likt met mijn tong zichzelf terugvindt in mijn deining de golf zal breken schokkend stromen mijn naam uitstoten ik zal bestaan
als we de oever raken de volgende morgen pulk ik voor de spiegel zwarte krullen uit mijn neus
hij spoelt de zee alweer van zich af wrijft het verworven continent de klomp oerstof
waaruit we ontstonden in met gladde zeep ik sta aan de rand in een badpak ben er niet
om hem te redden herhaal ik voor mezelf en dat ik er goed uitzie in een badpak
wat zie je fluister ik in een poging om hem hier te houden maar hoe langer hij er is
hoe kleiner hij wordt ik zet mijn lippen aan zijn mond probeer mijn lucht in hem
te pompen leg de mogelijke opties aan hem voor suggereer wat het juiste antwoord is
antwoord A ik neig naar het donker
antwoord B ik neig naar het licht
antwoord C ik daag als het noorderlicht slechts aan de randen van een verloren gelopen nacht
(het peertje boven de wastafel flikkert)
antwoord D ik ben een schaduw aan de wand
antwoord E ik ben jouw spiegelbeeld op het water
(er zijn overigens meerdere antwoorden juist)
antwoord F ik ben een zoutpilaar droog gehuild en ongevaarlijk
hij is al uit het zicht verdwenen de vrouw in de spiegel zegt je hebt me niet gehoord het geeft niet
ze begint aan haar vervagingsproces het vangt aan bij haar ogen ze worden water haar haren vallen
glinsteren over haar schouders smelten borsten zakken ze zet het op een roepen haar stem schelt
over het stille water kun je bodemzand voor me zijn kun je ruw en donker zand zijn