Behalve een zwembroek met robots, had hij ook nog een t-shirt, een baseball-pet, een pyjama en een ontbijtbord waar robots op stonden. En op zijn kamer hield robotbehang. Dat het maar duidelijk mocht zijn voor iedereen: hij was gek op robots. Er was alleen een probleem: hij had geen echte robot. Ooit, toen hij écht nog heel klein was, vijf ofzo, had hij die wel gehad. Op zijn zwembroek stond er een die daarop leek, op Rob, want zo heette die robot van toen hij nog een kleine jongen was. Rob had een groot oranje zwaailicht als hoofd. Maar op een keer had hij Rob het water in gestuurd, aan ditzelfde strandje waar hij nu in zijn robotzwembroek in het zand zat, en daar was Rob nooit meer uit teruggekomen. Hij had natuurlijk in de gebruiksaanwijzing moeten nakijken of Rob wel waterproof was, zoals een horloge dat kon zijn (al stond daar vaak op van wel, maar als je er dan mee onder de douche ging besloeg na het poosje toch het glaasje aan de binnenkant – zo was het tenminste met zijn laatste drie horloges afgelopen). Maar hij was nogal dom toen hij vijf was. Inmiddels zou hij natuurlijk veel beter voor zijn robot zorgen. Die oude was verder gelukkig toch maar een dom ding geweest, dus hij mistte niet veel. Rob kon, behalve met zijn koplicht knipperen wanneer je op het knopje in zijn nek drukte, niet veel meer kon dan een bestuurbare auto. Eentje die nog werkte met een heel ouderwetse afstandsbediening op batterijen, met daaraan een onhandig lange antenne. Nú bestonden er bestuurbare robotmodellen zonder afstandsbediening, die reageerden op je stem en gewoon deden wat je zei. Je kon bijvoorbeeld zeggen ‘doe de afwas’ en dan deed-ie dat. Je kon ‘m de auto van je vader laten wassen, zonder dat-ie er iets voor terug moest. Nou, hij zou het wel weten als hij zo’n robot had. Later, als hij écht groot was, zou hij robots uitvinden die nog veel méér konden dan de afwas doen of het vuilnis buiten zetten. Hij wilde een soort Willie Wortel worden, maar dan met een veel betere assistent dan die stompzinnige Lampje (wat een achterhaald model was dat! die stamde vast nog van vóór het internet). De robot die hij zou uitvinden zou overdag lopen op zonne-energie en ’s nachts op maanenergie, en als dat tegen dan nog niet was uitgevonden, dan zou hij dat óók uitvinden, zodat zijn robot nooit meer hoefde te rusten om op te laden en altijd maar door zou kunnen gaan. (Hij had laatst gezocht op ‘maanenergie’ op Google om op te zoeken of dat bestond, maar toen kwam hij raar genoeg alleen maar op websites over ongesteld zijn en op afbeeldingen van vrouwen in bruidsjurken en bloemen in hun haren die met de maan dansten, dus daar werd hij niet veel wijzer van.) De robot die hij ging uitvinden kon ook écht moeilijke klusjes doen. Zoals het konijnenhok schoonmaken. Of je huiswerk maken (zelfs wiskunde). En hij zou die robot dan overdag naar zijn werk sturen (naar zijn andere werk dan zijn werk als uitvinder), zodat hij in dezelfde tijd dubbel zoveel geld kon verdienen. Maar wat hij dan ging doen als hij de ultieme robot had uitgevonden, héél veel geld had verdiend en nóóit meer hoefde te werken? Daar moest hij nog eens goed over nadenken.
robots
Geplaatst op door Lauranne Staat
Gepubliceerd door Lauranne Staat
Ontluikend schrijfavontuur. Bekijk alle berichten van Lauranne Staat