De vrouw heeft het te druk en ze heeft het gevoel dat ze niet het leven aan het leven is dat ze zou willen leven. De vrouw belt haar ex. Ze voelt iets terwijl ze praten. Het is fijn om zijn stem te horen. Ze voelt iets van her- en daarmee, denkt ze, iets van erkenning, al is ze daarvan zelf ook niet helemaal zeker.
Ze voelt zich in ieder geval ineens heel vrouwelijk en begeerlijk. Alsof de ex een knopje indrukt dat de meeste mensen niet weten te vinden. En zodra dat knopje dan is ingeduwd, begint het haar inmiddels o zo bekende riedeltje te spelen. Het hele wijsje wordt afgespeeld, van voor naar achter. De hele mikmak en met alles erop en eraan, alsof ze er niet genoeg van kan krijgen. Wel speelt het deuntje met iedere keer dat het wordt aangezet een beetje sneller, alsof de platenspeler zich óók beseft dat het leven te kort is voor dat soort onzin, maar het is nu eenmaal zijn taak om het opgevraagde nummer erdoor te drukken, zelfs als iedereen er zo langzamerhand doodziek van wordt, omdat het nooit verandert, het einde altijd hetzelfde is: aan het einde van het liedje blijft het altijd doodstil.
En toch weet dat einde de vrouw iedere keer weer te verrassen. En iedere keer denkt ze dan dat die stilte voor altijd zal duren. Is dat waarom ze het zo opwindend blijft vinden? Om de onzekerheid, het niet weten hoe lang het stil zal blijven, hoe lang ze aan haar lot overgeleverd zal liggen wegkwijnen voordat de muziek haar terug tot leven brengt? Is die onzekere, maar tegelijk zeker tijdelijke stilte, haar zekerheid? Misschien houdt die de hoop in haar levend dat er op een dag een einde zal komen aan haar onmetelijke eenzaamheid. Is iets herkennen nog altijd beter dan niets herkennen.
Natuurlijk zou ze haar repertoire kunnen uitbreiden. Ze zou een ander muziekstuk kunnen kiezen of kunnen veranderen van venue, maar in plaats daarvan maakt ze liever denkbeeldige variaties op hetzelfde thema. Ja, ze blijkt een behoorlijk getalenteerd componiste te zijn. Haar specialiteit? Luchtconcerten.
Er is de klassieke melodie die ze zo goed kent – het robuuste basismateriaal. Daarbinnen schuift ze naar hartenlust met solo’s, lange en korte maten rust, wisselt piano piano op z’n tijd af met weergaloos fortissimo. Ze laat de fantastische melodieën vrolijk door de kamers van haar luchtkasteel schallen en voegt hier en daar een tweede stem toe, soms zelfs een derde of een vierde partij. Ook de pauken en slagwerk bedenkt ze er gewoon bij, daar doet ze helemaal niet moeilijk over. Ze laat trompetten aanzwellen, blaast op een hoorn alsof haar leven ervan afhangt, ja, staat werkelijk zó triomfantelijk tegen een triangel te meppen dat ze er haast zelf in zou beginnen geloven.
De vrouw fanfareert de meest geraffineerde modulaties aan elkaar en weet keer op keer een staande ovatie uit te lokken. Aan het einde van de avond gekomen bedankt ze uitgebreid haar denkbeeldige muzikanten, ze drukt hen met veel opzien een boeket in de handen en maakt dan plaats op het podium. Vanuit het uitzinnige publiek wuift ze hen alle lof toe, dromend dat een van de muzikanten haar terug op het podium zal sleuren, dat er van al die herrieschoppers eentje zal zijn die aan haar denkt, dat ze het applaus zal krijgen dat ze toch wel verdient.
Maar dan gaan de lichten uit. De mensen keren terug naar hun smaakvol ingerichte huizen, gevuld met Scandinavische design-kerstbomen en kirrende kleuters en het wordt stil in de zaal. In het donker wacht de vrouw totdat er iemand komt die het juiste knopje vindt en erop drukt. En wanneer de stilte echt te lang dreigt te duren, dan kan ze altijd zelf zijn nummer draaien.
Tekening: © Drawn by Phil (Pip Peddington-Webb)