ik moest denken aan mijn jas die je aan twee kanten kon dragen en waar ik
verliefd op was. ik had niet één kant die ik liever zag maar droeg de kanten om
en om als elke dag een nieuwe huid, ongeacht het weer. misschien had ik het toen al
kunnen weten. of anders op de dag dat ik ontdekte dat een meisje uit mijn klas
die alleen kleren van oilily droeg hem lelijk vond en dat aan iedereen liet weten.
dat was zoals een hond zijn in een klas vol katten en dat niet beseffen totdat
iemand een spiegel onder je neus drukt zo van hier, kijk dan, zeg nou zelf
of zoals je tekst van buiten kennen maar op de verkeerde scene staan
in een te lange broek en je mist de schoudervulling. het is ook zwemmen
in een ballenbad, van onder naar boven vallen, of zomaar wakker worden
in een vreemde stad, spreken in een taal die je ooit gekend hebt maar vergat.
wat doe je als op het toneel plots een tegenspeelster stapt die je past
als je lievelingsjas en je de woorden influistert?
je luistert, trekt haar aan