herinneringen aan een reis

De laatste tijd heb ik nogal eens een neiging tot sentimentaliteit. Zeker nu ik veroordeeld ben tot thuisblijven vanwege een -jawel- besmetting met het coronavirus, wil ik nogal eens beginnen wroeten (lees: zwelgen). Wroeten in zaken van het verleden, bijvoorbeeld. Of wroeten in de krochten van mijn persoonlijkheid. Wroeten in de hele huidige dispositie ervan; waarom ik werd wie ik geworden ben en wie ik graag zou willen zijn. Wroeten in alle draadjes die het huidige moment uitmaken en trekken aan de uiteinden; mijn dromen, maar ook mijn herinneringen.

Meerdere keren per dag dwarrelen mijn gedachten naar hoe het ooit was, vóór dit pandemisch-pieping-tijdperk. En dan kan ik het niet helpen om soms te bedenken dat ik het zo stilletjes aan allemaal wel een beetje zat begin te worden. Tegelijkertijd besef ik me natuurlijk ook wel hoe gepriviligeerd mijn pre-pandemisch leven in vele opzichten wel niet was – en inderdaad nog altijd ís. Hoe bevoorrecht het is om op een dag wakker te worden en te denken: ik moet hiervandaan, ik houd het niet uit, en dan een ticket naar Marokko te boeken. 

Wat een ongelooflijke reis was dat. In tien dagen trok ik, grotendeels op de bonnefooi, van het in het binnenland en tamelijk in het noorden gelegen Fez naar het surfoord Essaouira aan de westkust, met niet veel meer dan een zak met kleren op mijn rug en om mijn nek een analoge camera die ik van een vriend had geleend. Ik vroeg me af wat er van het land zou overblijven als je de kleur, een zo belangrijk onderdeel van alles dat ik om me heen zag, zou weglaten. Ik besloot het in een experiment te gieten en de hele route lang alleen maar op zwart-witfilm te schieten. 

Vanaf Fez nam ik een behoorlijke omweg richting het zuiden, waar ik reisde tot aan het randje van de woestijn. Vanaf daar stopte ik onderweg in het binnenland nog op verschillende, stuk voor stuk betoverende plaatsen. Ik vraag me de laatste tijd vaak af of ik wel eens eenzaam was tijdens dit soort omzwervingen, waarbij ik soms dagenlang met vrijwel niemand sprak. Maar de waarheid is denk ik dat het lang geleden is dat ik mij zo verbonden heb gevoeld met de dingen om me heen als tijdens dit soort tochten. Door de lens van mijn camera bekijk ik dingen grondiger, durf ik langer bij de dingen stil te staan. Natuurlijk geeft het een doel, dat ding, het geeft je iets om handen. Misschien is dat iets dat ik de laatste dagen misschien een beetje mis. En bovendien zijn de dieren met hun gezelschap nooit ver weg tijdens mijn dwalingen. 

Het antwoord op de vraag achter mijn fotografisch experiment? Marokko is zo veel méér dan kleur en zó veel tegelijk. De vrolijk bedrukte stoffen en patronen, de ongelooflijke gastvrijheid van de mensen, de bergen, het licht dat nooit lijkt op te houden met spelen, de woestijn, de onuitputbare bezigheid in de straten, het ambacht, de verrukkelijke geuren, de veelheid aan texturen, de talrijke tegenstrijdigheden, het grind, de stenen, het stof. Twee jaar na datum keer ik in mijn herinnering terug naar een land dat mij warm onthaalde en compleet wist te overdonderen. Het zwartwit van de film lijkt nu toepasselijker dan ooit. 

Plaats een reactie