jonkvrouw


je staat in de keuken je kasteel het sneeuwt
je kijkt door het raam over de oprijlaan
ziet waar die nodig geplaveid moet worden
je kijkt neer op de tuinman in de weer
met de wintervoorraad je man noemt hem
zijn palestijn zegt er zijn winnaars en verliezers
de vlokken maken vlekken voor je ogen op tv
zag je het sneeuwen op een wit eiland zo vol
dat de mensen over de rand vielen in zee
sindsdien ligt het in het gazon verzonken bloembed
er naargeestig bij een donker gapend gat
wemelend van de witte koppen schuimend
als de schuurspons in je hand waarmee je
je huid zou willen schrobben zo hard zo grondig
dat die roodt en net zo lang totdat het brandt
en dan nog harder tot het vel doorschijnend
je het in gerolde wormpjes van je af kunt stropen
als een insect zijn omhulsel aan het einde van de
winter weer als nieuw je wil zo grondig boenen
dat het bloot dat het bloedt en het liefst veel
maar je staat genageld als een ijsstalagmiet
een pion door de eeuwen heen gevormd op het
schaakbord onder je voeten in je ogen hoopt
een lawine

je speelt blank

Plaats een reactie