Er is een living. Er staat een tafel. Er is jij, er is ik, er is weinig wij. Er is een leeg bord, een volle mond. Er zijn veel lege woorden en er is een kop vol… koffie. Een kop vol zorgen. Een kop vol van jou. Een kop weg van jou. Een kop die wil weg bij jou. Een kop die wil blijven. Kop of munt. Er kop of eronder. Kop speelt spelletjes. Kop houdt van spelletjes. Kop houdt van jou. Kop haat jou. Ik zit in m’n kop, ben uit m’n kop. M’n kop op hol en mezelf wel voor m’n kop kunnen slaan. Op m’n kop willen gaan staan, alles over de kop willen gooien want soms… soms is de kop op. Wanneer je door de koppen de schotels niet meer ziet en iets met de spijker op de kop slaan.