optocht

Luister hier naar de voorgelezen tekst.

twee keer kop is links
twee keer munt is rechts
een kop een munt rechtdoor
ieder kruispunt drinken 
en op pleinen op rondpunten 
draaien we elkaar als glaasjes 
wij zijn de bende van zes en blazen 
door de straten als gevangenen 
die mogen luchten de bewakers 
altijd dicht op onze hielen
toen de kroeg op slot ging
evolueerden wij in stadspanters
tijgerend over asfalt groeiden wij 
een grijze vacht in stoeptegelpatroon 
als welpen jagen wij op de vrijheid 
die telkens net om de hoek ligt
maaien onze klauwen over paal en perk
vinden als onkruid onze weg
hoe vaak je ons ook kortwiekt
wij bestormen de treurige terrassen
en hangen rond op hoeken
draperen ons over trappen
bezetten uw portieken
pissen als kerels in naar frituur 
riekende krochten van snackbars die 
al te lang geen klant meer zagen kakken 
op voorbije weken keurige voorbeeldigheid
wij stropen over stoepen
struinen tussen de smeulende residuen
van al uw huiselijke verveling
trommelen vuisten op pannen en potten
terwijl we zingen van je lang zal je leven 
en ze zullen ons niet krijgen 
onze zakken rammelende glascontainers
als lokaas voor clochards maar 
de flikken telkens te snel af
zuipen wij de mazen in de wet
laten met iedere slok 
de maskers verder zakken 
maar nooit de moed
wij heffen onze flessen  
op wat onder onze huid nog sluimert
en opflakkert als fakkels
naar boven borrelt de bulderlach
in het rond vliegen de baldaadsbacillen
wij zijn een bubbel van balorigheid 
die om iets over tienen
net te laat maar veel te vroeg 
uiteenspat en de afzonderlijke druppels 
terug afdruipen naar hun hok 

Met dank aan Astrid Haerens (auteur en mentor) voor de term ‘stadspanters’, geleend van haar gelijknamige roman.

Een gedachte over “optocht”

Plaats een reactie