woestijn, bos, heide

Onderstaande tekst ontstond naar aanleiding van een schrijfopdracht voor het theatergezelschap waarvan ik deel uitmaak.



Op zondagmiddagen dat de zon schijnt gaan we tussen de twee kerkdiensten in met ons gezin wandelen bij het zandgat van Leersum. Met ons gezin, zeg ik – dat is inclusief twee honden (Boppe en Mazzel) en zonder mijn twee oudere broers (want die blijven liever thuis om computerspelletjes te spelen). Mijn oudere zus is er waarschijnlijk wél bij, maar daar ben ik mij niet zo bewust van, omdat we ons in die tijd maar weinig van elkaar aantrekken. Of misschien ben ik gewoon zo in extase van al het moois om me heen en van het buitenzijn, dat ik simpelweg geen oog heb voor iets anders en dus ook niet voor mijn zus.

Zodra we de auto hebben geparkeerd en ik de achterklep openmaak, stuift Boppe direct de witgele, lege zandvlakte op. Als een razende stier stormt ze vooruit tot waar we haar nauwelijks nog kunnen zien, om dan in hetzelfde tempo terug. Dat doet ze een paar keer en ik moet toegeven dat dat mij altijd een angstig gevoel bezorgd, zo door het dolle heen als ze is. Mama zegt altijd dat Boppe op dat soort moment ‘een waasje voor haar ogen’ krijgt. Ik denk dat we daar allemaal altijd een beetje van schrikken. We laten haar begaan. 

Eerst stappen we een heel eind over een immense zandvlakte, als een in proporties opgeblazen zandbak, aan alle kanten omgeven door zacht glooiende zandheuvels. De lucht is helder blauw en het is zo warm dat ik zonder jas mag. Ik knoop mijn gele zomerjas met rode koordjes – dezelfde kleuren als mijn Jip en Janneke tandenborstel – stevig om mijn middel en waan me in de woestijn. Ik heb door de lange autorit al dorst, maar ik klaag niet, want straks mag ik niet meer mee. Zo ver als ik kan kijken zie ik zand. Dus zó voelde Jakob zich toen hij moederziel alleen door de woestijn dwaalde op de vlucht voor zijn oudere broer Esau. Maar Jakob had geen Boppe, en gelukkig weet Boppe – die inmiddels weer tot rust gekomen is en opnieuw te vertrouwen – feilloos de weg. Ze leidt ons door de woestijn zoals Mozes het volk van Israëli op weg naar het land Kanaän. Mijn paar minuten dorst is niks vergeleken met die veertig jaar. Boppe ‘leidt ons al zachtkens’ langs warme plekken waar het zand fijn en vloeiend is, en dan weer over koelere gronden waar het zand ruw en vochtig is en waar het ruikt zoals wanneer ik in de zandbak, thuis in onze tuin, een diep gat graaf.

Achter de zandheuvels liggen de bomen verstopt. Hier zijn de geuren die mijn neus binnen dringen kruidig, muskusachtig, nog vochtiger dan op de vochtige plekken op de zandvlakte. En er is meer geluid. Er ritselt een briesje door de takken die mijn onderdrukte gevoel van opwinding lijkt te uiten. Want ik weet dat als we eenmaal bij de bomen zijn, het niet lang meer zal zijn naar het klaphekje met het tralierooster in de grond. Ik weet dat dat rooster dient om het vee tegen te houden, dat heeft papa aan mij uitgelegd. Ik weet al heel veel, ook al ben ik nog maar acht. En ik ben ook goed in onthouden.

En jawel, daar zie ik het hekje al, in de verte. Achter een omheining met houten palen waartussen schrikdraad is gespannen strekt zich een lichtpaars gekleurd gebied uit. Cannula-planten, volgens mama (ik heb dat woord opgezocht, zodat ik weet hoe je dat schrijft en nu kan ik het spellen. ‘c-a-n-n-u-l-a’. Wel met een hoofdletter natuurlijk, want het is een naam.) Eigenlijk lijkt het eerder een droomlandschap van roze-bruine wolken, of op mijn canvas in Paint wanneer ik met de paarse en de gele spuitbus over elkaar heb gespoten. Op de hogere kammetjes grond staat hier en daar een duplo-achtige boom geplakt. Laatst liet meester ons bij aardrijkskunde een prent zien van de steppe, daar moet ik nu steeds aan denken wanneer we hier gaan wandelen, al weet ik natuurlijk best dat dit een heidelandschap is. Ik ga later als ik groot ben naar de steppe. Ik ben benieuwd of het daar ook zo lekker ruikt als hier: bloemig, en minder vochtig dan in het bos.

We gaan het hekje door en over zo’n vijftig meter zal aan de linkerkant een drinkpomp voor de koeien zijn, weet ik. Papa heeft aan ons zal voorgedaan hoe die werkt. Heel even was hij in een koe veranderd, inclusief zwart-witte vlekken en een staart (ook al zegt mijn zus dat de koeien hier bruin zijn en lange haren hebben, maar ik geloof haar niet, want ik heb nog nooit een bruine koe gezien en alle koeien die ik ken van vakantie in Zeeland hebben kort haar). 

Vanaf de drinkplek is het nog een steenworp afstand in zuidwestelijke richting tot aan mijn lievelingsboom. Mijn lievelingsboom is een zij. Ze is rond en wijds en trots en één van de grootste bomen op de hele hei. Ze heeft een dikke stam die uit twee tegen elkaar gegroeide stammen lijkt te bestaan: alsof ze met haar twee benen stevig op de grond staat. Haar takken zijn lang en groeien horizontaal, alsof ze haar armen verwelkomend uitspreid, maar op een gracieuze manier, alsof ze de cha-cha-cha danst (ik heb in een film gezien hoe dat eruitziet). Mijn lievelingsboom is een troostboom, en ook nog eens een echte klimboom. Haar onderste tak is een wiebeltak. Daar klim ik gemakkelijk op en dan blijf ik daar een poosje op heen en weer veren, alsof de tak een wipwap is. Daarna klim ik nog gemakkelijk maar al ietsje moeilijker naar de volgende tak. Ik durf nog maar tot de derde tak, maar ik voel mij toch al heel avontuurlijk.

Het liefst zou ik hier de hele middag blijven zitten, genietend van het uitzicht vanaf de derde tak terwijl ik me stevig vasthoud aan de dikke stam, maar bij de boom zegt papa altijd dat het tijd is om terug te gaan naar de auto, omdat we anders te laat komen voor de middagdienst. En dat kan natuurlijk niet, want papa is ouderling en moet samen met de andere mannen in zwarte pakken voorin de kerk en daar ziet iedereen het als hij er niet is. Ik tuur nog eens goed in de verte en vraag me onderwijl af hoe het zou zijn voorbij de boom. Op de wandeling terug naar de auto doe ik, nog meer dan op de heenweg, mijn best om goed om me heen te kijken en om alle kleuren in mijn geheugen te prenten.

Die mag ik nooit vergeten. 

Plaats een reactie